Dedemsvaartse kappers één avond in Veldzicht

‘We geven de patiënten een stukje waardigheid terug’

Ze komen er om te knippen en willen niet weten wat de ‘bewoners’ van Centrum voor Transculturele Psychiatrie (CTP) Veldzicht in Balkbrug mogelijk op hun kerfstok hebben. Alleen op die manier kunnen de Dedemsvaartse kappers Marcel van der Weide en Dorien Hulleman doen waar ze goed in zijn. Mensen weer een mooie look geven. ‘We zijn geen behandelaar en geen therapeut. We stappen er dus elke keer blanco in. Anders zouden we dit werk niet kunnen doen. Wat wij doen is de patiënten in Veldzicht een stukje waardigheid teruggeven. Hen even weer dat ‘normale’ gevoel laten ervaren. We praten net als in de salon over koetjes en kalfjes. Vaak in het Engels en soms met handen en voeten in een andere taal. Maar de taal is nooit een barrière.’

Acht jaar geleden kreeg Marcel de vraag of hij in Veldzicht wilde komen knippen. ‘Ik had nog nooit zoiets bij de hand gehad, maar ik dacht dat ik het wel kon’, lacht Marcel, verwijzend naar de Pipi-Langkous mentaliteit. Hij heeft er geen moment spijt van gehad. Eén avond in de week staat hij paraat en knipt hij achter slot en grendel. Nog elke keer valt het hem op hoe hartelijk hij elke week weer wordt ontvangen.

Even slikken toen ze de zware deuren in het slot hoorde vallen

Sinds kort is Dorien zijn nieuwe compagnon. Niet zomaar, want voordat alles door de ambtelijke molen in Den Haag was, ging er veel tijd overheen. Afgelopen voorjaar was het dan eindelijk zover. De eerste keer vond ze het best spannend en moest ze echt wel even slikken toen ze de zware deuren achter zich in het slot hoorde vallen. Maar het viel allemaal reuze mee. Mede dankzij de goede beveiliging. ‘Maar zeker ook dankzij de gemoedelijke sfeer’, zegt Dorien. ‘Afgelopen week hadden we een pittig stel en was ik heel even op mijn hoede. En toch, als je eenmaal aan het knippen bent, ben je dat snel vergeten.’

‘In Veldzicht zitten mensen van allerlei pluimage, afkomstig uit alle hoeken van de wereld. Een aantal van hen heeft een strafbaar feit gepleegd. Alle bewoners hebben complexe psychiatrische problemen, waarvoor ze worden behandeld. Dat wisten we toen we eraan begonnen’, zegt Marcel. ‘Ik geloof er alleen heilig in dat deze mensen het gewoon niet hebben getroffen hebben met hun achtergrond. Er zitten ook oorlogsslachtoffers bij. Zij hebben littekens overgehouden van alles wat ze mee hebben gemaakt. Begrijp me goed, daarmee praat ik helemaal niets goed van wat sommigen hebben uitgevreten. Het helpt me alleen wel om voor ogen te houden, dat ik met mensen te maken heb. Mensen zoals jij en ik. Mensen die het fijn vinden, dat er aandacht voor hen is. En in mijn werk moet ik me kunnen afsluiten voor al het andere. Dat lukt gelukkig ook. Als iemand na het knippen in de spiegel kijkt, ik de twinkeling in zijn ogen zie en een knikje krijg als teken van dankbaarheid, dan weet ik waar ik het voor doe.’

‘Vreselijk dat iemand zo terecht komt.’

Dorien valt hem bij. ‘Natuurlijk zijn we ons ervan bewust dat een deel van de patiënten een misdrijf heeft gepleegd. En toch heb ik soms heel erg de neiging om een arm om iemand heen te slaan. Ik vind het vreselijk dat iemand zo terecht komt. Pas nog vroeg ik aan een van hen: ‘How are you’. ‘I’m like a prisoner’, antwoordde hij. Het was natuurlijk als grap bedoeld, maar als je er goed over nadenkt is het eigenlijk heel wrang. Ze maken niets van de buitenwereld mee, alleen dat wat er binnen de hekken van Veldzicht gebeurt. Triest, dat het voor sommigen zo moet lopen.’
Natuurlijk laat ze tijdens het knippen niets merken van haar gedachtengang. Ze brengt samen met Marcel vooral veel gezelligheid. Wie de beide Dedemsvaartse kappers kent, weet dat precies dát op hun lijf is geschreven. ‘Gisteravond bijvoorbeeld. Ik kom binnen en iemand roept heel hard ‘Hé kappersvrouw!’ ‘Ik moet daar ontzettend om lachen. We brengen het zonnetje in huis. Dat gaat vanzelf. Omdat we merken hoe blij iedereen is dat we er zijn.’

Ze hebben nog nooit iets vervelends meegemaakt binnen de muren van Veldzicht. Het duo let desondanks altijd goed op. ‘We knippen nu eenmaal niet met de vingers en aan een schaar zitten scherpe punten. We stoppen de spullen altijd netjes terug in de koffer en laten niks slingeren. Dat is een automatisme’, verklaart Marcel. ‘Als iemand niet zo lekker in zijn vel zit, moet hij zijn beurt overslaan tot een volgende keer. Er worden geen risico’s genomen. Daar vertrouwen we op. Maar vooralsnog gedragen de patiënten zich heel erg netjes.’

‘We bieden ze even dat moment van ontspanning’

‘Ze zitten over het algemeen heel rustig in de stoel’, vertelt Dorien. ‘En dat terwijl je toch heel dicht in iemands aura komt. Dat kan nu eenmaal niet anders. Ik zie het als een stukje vertrouwen, dat ze ons geven. We stellen ze op hun gemak en zij geven zich over. Wij bieden ze even dat moment van ontspanning. Een moment voor zichzelf. En laten we eerlijk zijn, heeft niet iedereen dat op z’n tijd even nodig?’, vraagt Dorien zich hardop af.
Per avond knippen ze samen zo’n 20 tot 25 klanten. ‘Het ligt natuurlijk aan het kapsel’, zegt Marcel. ‘Als er veel Afro-kapsels tussen zitten of baarden, dan duurt het wel even.’ Marcel is dankzij zijn uit Columbia geadopteerde zoon Diego expert geworden in Afro-kapsels. Stiekem is hij daar best een beetje trots op. ‘Het komt nu heel mooi uit. Leuker nog is dat niemand verwacht dat een blanke kapper zulke kapsels kan knippen. Het is een kunst op zich. Alsof je aan het beeldhouwen bent.’

‘Inmiddels loopt iedereen er weer netjes bij’

Tijdens de lockdown bleven de deuren van Veldzicht gesloten voor de beide kappers van Uni-Qnip Hairsalon en Haarmode Curly. ‘De patiënten zijn in die tijd zelf aan het hakken geslagen’, zegt Marcel spijtig. ‘De eerste periode na de versoepelingen heb ik in mijn eigen salon in ploegen gewerkt om maar zoveel mogelijk schade in te halen, dus toen had ik echt geen tijd voor Veldzicht. Dorien viel dus ook echt met de neus in de boter. We hebben flink wat achterstallig werk moeten wegwerken. Maar inmiddels loopt iedereen er in Veldzicht weer netjes bij.’

‘Heel leuk om dit samen zo te doen’

Uni-Qnip en Curly zitten aan de Julianastraat praktisch naast elkaar, maar van concurrentie is eigenlijk geen sprake. ‘We bijten elkaar niet. We versterken elkaar juist. Bovendien is het fijn om af en toe even met een collega te sparren. Pas lag Marcel in het ziekenhuis en dan neem ik bijvoorbeeld de ‘blokheads’ over. Die komen uit de jaren ’80. Helemaal mijn tijd’, glimlacht Dorien, die net Sara heeft gezien en al 28 jaar een eigen kapsalon heeft. Marcel (48) begon 18 jaar geleden voor zichzelf met zijn salon en werkt sinds kort samen met een zelfstandige kapper. ‘Ik hoef nu geen nee te verkopen, waardoor ik mijn klanten behoud. De zaken gaan heel goed, maar ik durf het niet aan om nu extra personeel aan te nemen. Als gevolg van de lockdown is al mijn spaargeld op en je weet niet wat we nog kunnen verwachten de komende tijd.’

Het werk bij Veldzicht zien Marcel en Dorien als een extra zakcentje, een appeltje voor de dorst. ‘Het is ons vakantiegeld. We worden er niet rijk van, maar het is mooi meegenomen. En het is ook nog eens heel erg leuk om dit samen zo te doen.’

Kijk ook eens op de Facebookpagina’s van Uni-Qnip Hairsalon en van Haarmode Curly.

Meer weten over Veldzicht? Bezoek dan de website.

Kijk ook op werken, wonen en doen INDedemsvaart.

 

Vind je dit leuk?

Deel dan dit verhaal op social media en laat ook anderen kennis maken met INDedemsvaart.

Share on facebook
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on print
Share on email

Bekijk ook in Dedemsvaart